Er logeerde een universiteitskoor uit Buea in het
gebouw. SeP, de organisatie waarbij ik verblijf, heeft namelijk een
groot pand met een parkeerplaats en een muur eromheen. SeP bestaat al
ruim dertig jaar, en werd vroeger voornamelijk gefinancierd door
Europese fondsen. Nu er overal zo zwaar in het budget voor
ontwikkelingshulp wordt gesneden krijgt SeP echter niks meer, en moeten
ze dus zichzelf onderhouden. Ze hadden dit gebouw al een poosje in hun
bezit, en om wat extra’s te kunnen verdienen wordt het nu deels
verhuurd: de twee conferentieruimtes aan organisaties, de
bovenverdieping met logeerkamers aan gasten, zoals ik, en zoals dus het
universiteitskoor uit Buea.
Ze maakten een hoop lawaai ‘s avonds, de Bueanen. Ze hadden net gezongen op de Amerikaanse ambassade ter ere van liberation day,
en kwamen naar boven gestommeld juist toen Laurence, de nachtwaker, en
ik op het puntje van onze stoel zaten in afwachting van de penalty’s bij
Portugal-Polen. Ze schoven gezellig stoelen bij en er werd met veel
uitwisseling van briefjes gewed op de mogelijke uitkomsten, en gedanst
bij doelpunten. Na de overwinning van Portugal verzekerde ik de
koorleider ervan dat ik écht geen last had van het enthousiasme van zijn
studenten en ging naar bed. Toch duurde het nog lang voor ik in slaap
viel, en ik verheugde me erop te kunnen uitslapen.
Voor mijn gevoel was ik pas net ingeslapen toen ik
wakker werd van zacht geklop op de deur. Ik deed mijn ogen open en zag
in het halfdonker de deurklink langzaam omlaag gaan. Ik schrok me het
leplazerus. Iemand fluisterde zachtjes aan de andere kant van de deur:
‘Come out, come out, come out, it’s okay, it’s okay”. Mijn eerste
reactie was het te negeren, maar het gerommel aan mijn deur hield niet
op. Ik klom dus maar onder mijn klamboe vandaan en opende de deur. Voor
mijn neus stond een man die ik niet kende. Hij zei zachtjes: “I am here
to collect the mortgage. If you give me the mortgage, I will leave”. Ik
betaal 110 000 CFA per maand (ongeveer €160) en had dat niet zomaar
klaarliggen, en bovendien bijzonder weinig zin om zo’n transactie midden
in de nacht te maken. En zou het niet logischer zijn als ik gewoon
direct aan Peter de penningmeester betaalde, die ik ken en vertrouw? Ik
stamelde dus iets als “I don’t have it now, I will pay later”, en
verwachtte opstand. Toen zag ik een andere man op de deur van mijn
buurman kloppen, de koorleider. Ik wist dat het koor vroeg in de ochtend
zou vertrekken, en begreep ik dat ze dachten dat ik bij hen hoorde. En
inderdaad, toen ik vertelde dat ik tot oktober zou blijven was er niks
aan de hand en verontschuldigde de man zich voor het wekken. Ik sloot
mijn deur.
Toen ik weer veilig in bed lag merkte ik dat mijn hart
nog steeds veel harder klopte dan normaal. Het voelde als een heel
avontuur, maar er was toch niks ergs gebeurd. Ook begon ik te twijfelen:
was het erg dom van me om de deur open te doen? Ben ik te naïef, voel
ik me hier te veilig? Aan de andere kant: het was heel raar geweest als
ik die man gewoon voor mijn deur had laten staan koekeloeren. En wat kan
er misgaan, met een nachtwaker en een gang vol studenten. Toch zal ik
hem een volgende keer gewoon vragen om overdag terug te komen en mijn
deur mooi op slot laten.
Los van dit incident begin ik me al meer op mijn plek te
voelen. Ik ben woensdag met DMJ meegeweest naar een dorpje op het
platteland, waar ze een workshop gaven. Het is allemaal regenwoud buiten
de stad, en belachelijk mooi. Verder heb ik al een aantal vrienden
gemaakt, die me regelmatig opbellen om te vragen of ik zin heb om met ze
te eten. Mijn Frans wordt langzaam beter, en ik weet mijn weg een
beetje te vinden. Nog een week en ik ben niet anders meer gewend!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten